Oosterse dromen

10-02-2024

Foto: opstelling Japanse toegangspoort (Torii) in het station Luik-Guillemins ter gelegenheid van de expo "I love Japan" in 2022.

Chinees Nieuwjaar

Een bijzondere dag vandaag: wereldwijd wordt door miljoenen mensen Chinees Nieuwjaar gevierd. Het Konijn (het symbool voor 2023) wordt officieel ingeruild voor de (Houten) Draak. Beeld je daarbij geen kwaadaardig, duivels beest uit de Middeleeuwen in dat heldhaftig vermoord moet worden door een drakendoder. Neen, de Chinese Draak brengt ons financieel geluk, werkgerelateerde successen, toenemende wijsheid en tijd voor reflectie. Een mens kan maar dromen en hopen dat de Chinezen het bij het rechte eind hebben. 

We koesteren allemaal dromen in onze fantasie zoals: een goede gezondheid, een wereldreis ondernemen, de lotto winnen, vrede op aarde wensen, kinderen die geen ruzie maken, patatten die zichzelf schillen of een schrijfhuisje aan zee om naar toe te vluchten als die kinderen toch ruzie blijven maken. De ene droom is al realistischer dan de andere en zo lang je geen intentie hebt om ze daadwerkelijk te realiseren, blijven ze onze geest met ideale, perfecte plaatjes bedriegen. 

Een pop om naar te kijken

Al heel mijn leven lang droom ik van het oosten. Als kind in de basisschool vroeg ik als verjaardagscadeau reisgidsen naar Japan en China, ik volgde tijdens de vakanties workshops origami bij Grabbelpas en leerde mezelf kalligrafie met een pennensetje dat bijeengehouden werd in een kitscherig smaragdgroen, gewatteerd doosje. Ik speelde niet graag met poppen, maar ik bleef zeuren om een pop met een Aziatisch uiterlijk. Na lang zoeken, kreeg ik van mijn ouders een schitterend exemplaar dat nog steeds onaangeroerd in mijn boekenkast staat te pronken. Ik wou ernaar kijken om bij weg te dromen, aan spelen dacht ik niet. Het was een prachtige pop met kort, pikzwart haar en een lichtroze kimono versierd met bloesems en kraanvogels. Telkens ik naar mijn pop kijk (liefdevol omgeven door boeken over Japan en China), voel ik de kinderlijke blijdschap uit mijn jeugd terug toen ik ze mocht uitpakken uit de kartonnen doos gevuld met zijdepapier. 

Met de pop speelde ik dus niet, maar ik herinner me nog goed dat ik als tienjarige op een rommelmarkt een versleten handboek yoga kocht met vergeelde foto's in het zwart-wit. Ik oefende de poses in tot ik ze kon dromen en ook vandaag denk ik terug aan die foto's als ik een zonnegroet of kindpose beoefen. Geïnspireerd door de actiefilms van Steven Seagal begon ik daarna in het middelbaar met lessen aikido, een Japanse zelfverdedigingssport. Zelfs nu, meer dan twintig jaar later, kan ik nog exact het portret van Morihei Ueshiba oproepen. Als grondlegger van de sport, hing zijn portret op in de dojo en we begonnen en eindigden de les steeds met een beleefde groet aan de grootmeester. Na afloop van de les, dronken we ook een scheutje sake waarna Morihei altijd een stuk vriendelijker naar mij keek. Toen de groep een show van de Shaolin Kung Fu monniken bezocht, twijfelde ik geen seconde om mee te gaan. Na de show kocht ik in hun shop een armbandje met gebedskralen dat ik jarenlang bij me hield als talisman. Toen het touwtje bijna op knappen stond, gaf ik het een veilige plaats in een klein, blikken doosje waar ooit Chinese gelukskoekjes in zaten. 

Lezen en dromen

Mijn interesse voor het oosten bleef ook intact tijdens mijn hogere studies. Op mijn kot las ik voor het eerst het boek "De opwindvogelkronieken" van de Japanse auteur Haruki Murakami waarna ik besloot geen enkel boek van hem over te slaan. Tot op vandaag heb ik belofte gehouden, hoe kan het anders, ik wil geen enkele droomwereld van hem missen. Wie hem ooit gelezen heeft, zal net zoals mij af en toe opgelucht ademhalen als je 's nachts slechts één in plaats van twee manen spot. Recent ontdekte ik ook vrouwelijke, Japanse auteurs zoals Yuko Tsushima en Mieko Kawakami. Leen of koop hun boeken, het zal je niet beklagen. 

In 2020, na een hele jeugd van dromen en verlangen, was het eindelijk zover: ik had met mijn partner de ultieme droomreis naar Japan geboekt. We zouden veel te veel tempels en schrijnen bezoeken, slapen bij locals, Mount Fuji beklimmen, ons ziek eten aan ramen en sushi en supersonische ritjes maken met de kogelvormige Shinkansen trein. We weten allemaal wat er met reisplannen in 2020 gebeurd is. 

Oh Japan!

De plannen werden definitief onder het tapijt geveegd nadat 2020 in plaats van extra stempels op het internationaal paspoort een nieuw huis bracht. We voerden eveneens het gezegde 'een nieuw huis, een nieuw kind' uit waardoor de Japan plannen op vandaag gebukt gaan onder een dikke laag stof.

Twee jaar later, in 2022, zat ik in een ramenbar in Leuven mijn bouillon op te slurpen toen ik een flyer zag liggen voor de "I love Japan" expo te Luik. Dat kon geen toeval zijn, ik moest ernaar toe. Een week later was het zover. Op minder dan drie uur bracht de trein mij van Roeselare naar Luik-Guillemins. Perfect op tijd, een ware ode aan de Shinkansen. Het futuristisch ogende station van Luik, opgetrokken uit glas, staal en beton, was mij niet onbekend. Ik had enkele jaren daarvoor al eens speciaal naar het station getreind om het meesterwerk van de Spaanse architect Calatrava te bewonderen. Deze keer was het nog betovender. De verbluffende overkapping van het station was door de Franse kunstenaar Daniel Buren voorzien van roze, groene, blauwe, oranje en witte kleurfilters. Je kon je zo voorstellen dat dit was wat je te zien krijgt als je daadwerkelijk aankomt in de hemel. 

Een expo boordevol geluk

In het station zelf bevond zich de expo waarvoor ik gekomen was. De tarieven waren ferm, Japan is dan ook geen goedkoop land. Vijftien euro voor een volwassene, negen euro voor kinderen en studenten. Vooruit dan maar, vijftien euro, een koopje als je het vergelijkt met de prijzen voor een vliegticket naar Japan. Ik schoof aan, haalde mijn bankkaart boven en hoorde in gebrekkig Nederlands "één studententarief, aan welke universiteit mevrouw?" Te verbaasd om de vraag echt te begrijpen, antwoordde ik: "laatst de VUB". "Negen euro, uw ticketje, veel plezier juffrouw!" Mijn toegangsticket voelde meteen als een winnend lottoticket. Student! Juffrouw! En zag ik daar een knipoog? Niet gaan zweven, prentte ik me zelf in, hij zou mijn humeur eens moeten ervaren als de kleinste mij 's nachts wakker maakt.

De negen euro voelde heel even als een scam wanneer ik de tentoonstelling aanving met een wandeling doorheen een plastieken Torii. Je kent dat wel: zo'n rode, Japanse toegangspoort die op alle reisgidsen prijkt. De toegangspoort wordt in de volksmond ook wel vogelzitstok genoemd, dat hoeft geen uitleg. De clichés regen zich aan hoog tempo aan elkaar. Ik bewonderde perfect nagemaakte pagodes, capsule hotelkamers, een overdaad aan cosplay kostuums en doorbladerde manga boekjes die verre van kidsproof waren. Ik vond het allemaal even leuk en heerlijk. Er was een tempel nagemaakt in plastiek die reeds afbladderde en er lagen kaartjes met een touwtje aan waarop je een wens kon schrijven die je dan aan de tempel moest bevestigen. Ik schreef niet één, niet twee, maar drie wensen. Voor elk kind één. Het kon maar geluk brengen toch?

Van geluk gesproken, zag ik daar geen beeldje van Daikoku staan? Hij was één van de zeven geluksgoden die symbool staat voor het brengen van rijkdom in jouw leven. Ik knipoogde naar Daikoku en bedankte hem voor de gewonnen zes euro. Daarna verliet ik de expo en kocht ik met het gewonnen geld een vitaminedrankje en een chocoladereep om de lange treinreis te overbruggen. Ik was zeven euro armer voor een drankje en een reep, ik had dus alsnog verlies gemaakt. Nadat ik maar één treinaansluiting had gemist in de terugreis, ontwaakte ik 's avonds om halfzeven uit mijn Japanse droom. "Station Roeselare" riep de conducteur.

Roeselare: de plaats waar mijn gezin en mijn kat op mij zat te wachten. Roeselare: een droombestemming.